bij3

Bijen zijn belangrijker voor ons, dan we meestal denken. Bekend is dat bijen honing maken en was waarmee kaarsen gemaakt kunnen worden. Maar wist u dat bijen onmisbaar zijn voor onze voedselvoorziening?

Ongeveer een derde van de wereldvoedselvoorziening is afhankelijk van dierlijke bestuiving. Met de toenemende welvaart zijn juist de gewassen – groente en fruit-  die afhankelijk zijn van dierlijke bestuiving belangrijker geworden, dan gewassen die niet afhankelijk zijn van dierlijke bestuiving, zoals graan en maïs.

In de tweede helft van de vorige eeuw is de landbouwproductie enorm toegenomen. Dit komt niet zozeer door de toename van het landbouw areaal, maar vooral door de enorme groei van de opbrengst per hectare. De technologische ontwikkeling binnen de landbouw heeft geleid tot een toename van de productie, maar ook tot monocultuur in grote arealen.

De honingbij is de belangrijkste dierlijke ‘bestuiver’. Deze kan een gebied van 7 kilometer rond de korf bestrijken. Met de moderne landbouw is de honingbij dus onmisbaar geworden. De grootschalige akkers missen de biodiversiteit die de wilde bijen en andere bestuivers nodig hebben om te kunnen overleven.

Niet voor niets hielden vroeger bijna alle boeren bijen. Dit heeft een lange geschiedenis. Karel de Grote (756-814) verplichtte pachters van de hoeves om bijen te houden. Hij gaf de geestelijken het recht om van de boeren honingaccijns te eisen. De boeren werden hierdoor verplicht bijen te houden. Karel de Grote vaardigde wetten uit ter bescherming van de bijen en richtte verschillende modelbijenstanden. De waarde van twee korven werd destijds geschat op die van een goede melkkoe. Karel de Grote luidde het grote bloeitijdperk van de bijenteelt in. Pas rond 1550 was deze bloei voorbij.

In de afgelopen honderd jaar neemt het aantal imkers in Nederland sterk af. Direct na de tweede wereldoorlog waren er zo’n 32.000 georganiseerde imkers, in 1967 nog slechts 7.100. Daarna kwamen er weer bijenhouders bij, maar deze groei bleek tijdelijk. Vanaf midden jaren 80 is het aantal gestaag gedaald. Eind jaren 90 waren er nog zo’n 16.000 imkers, maar nu is hun aantal teruggevallen naar 6.500, een historisch dieptepunt. Deze afname heeft meerdere oorzaken. Ten eerste is het moeilijk, zo niet onmogelijk, om in Nederland van de imkerij te bestaan, het is meer een nevenactiviteit of hobby. Ten tweede vergrijst de populatie imkers. De gemiddelde leeftijd van de Nederlandse imker ligt tegen de 60 jaar.

top7   DSC_0153   DSC_0162   bee_wallpaper_28 slide 3


donateurs